Kennis van kwaliteit in bodem en archeologie

KNA Leidraden voor Karterend Booronderzoek en Proefsleuvenonderzoek vernieuwd

De KNA Leidraden Karterend Booronderzoek en Proefsleuvenonderzoek zijn geactualiseerd. Op basis van een eerder vastgesteld Plan van Aanpak door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie zijn de vorige versies van de leidraden uit 2012 herzien, gebruiksvriendelijker gemaakt en waar nodig uitgebreid of juist aangescherpt.

Karterend booronderzoek
De Leidraad Karterend Booronderzoek maakt deel uit van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), Protocol 4003 (IVO). Deze methode is al decennialang een belangrijke pijler onder het opsporen van archeologische vindplaatsen.
De nieuwe versie brengt verschillende verbeteringen:

  • uitbreiding van standaardstrategieën met grotere boordiameters (20 en 30 cm);
  • inzet van proefputten als volwaardige techniek;
  • aangepaste boorgrids, gebaseerd op minimumafmetingen van vindplaatsen;
  • betere afstemming met de Leidraad Proefsleuvenonderzoek.

Ook de opzet is vernieuwd: de leidraad start met praktische richtlijnen en heeft een interactieve structuur, waarbij de theoretische verdieping in een apart deel is opgenomen.

Proefsleuvenonderzoek
Ook de Leidraad Proefsleuvenonderzoek, onderdeel van KNA Protocol 4003, is herzien. Samen met booronderzoek is dit een van de belangrijkste methoden binnen prospectief archeologisch onderzoek.

De actualisatie omvat:

  • een vereenvoudigd stappenplan voor de keuze van een prospectiemethode;
  • betere aansluiting op de herziene Leidraad Karterend Booronderzoek;
  • een meer praktische en gebruiksvriendelijke opzet.

Met deze actualisaties zetten de opstellers en het CCvD Archeologie in op bredere toepassing van de leidraden en een betere aansluiting op het archeologisch onderzoek vandaag de dag.